U bevindt zich op: Home > Bestuur en beleid > Organisatie > K5-samenwerking

K5-samenwerking

In 2001 hebben vijf gemeenten in de Krimpenerwaard (Bergambacht, Nederlek, Ouderkerk aan den IJssel, Schoonhoven en Vlist) besloten bestuurlijk nauw te gaan samenwerken. De samenwerking heeft onder andere tot doel om goedkoper en effectiever te werken en de dienstverlening aan de inwoners te verbeteren.

Gezien de opgaven waar het gebied en de gemeenten voor staan en de gevolgen voor de organisatie van het lokaal bestuur, zijn zij gekomen tot structurele, niet-vrijblijvende samenwerking bij een aantal strategische en operationele taken. Strategische samenwerking betreft zaken die de gemeentegrenzen overschrijden en voor het gebied en de gemeenschap van groot belang zijn. Voorbeelden hiervan zijn de terreinen economie, onderwijs, verkeer, ruimtelijke ordening, zorg, wonen en veiligheid. Operationele samenwerking vindt plaats op vijf beleidsterreinen: Sociale Zaken & Onderwijs, automatisering, Personeel & Organisatie en de brandweer.

Nieuwe fase

In 2006 is een nieuwe fase in de K5-Samenwerking aangebroken. De juridische basis onder de samenwerking, de Gemeenschappelijke Regeling (GR) is aangepast en door de vijf raden aangenomen. In de GR is opgenomen dat besluiten over vooraf bepaald ‘bovenlokaal’ beleid voortaan niet meer door de afzonderlijke gemeenteraden, maar door de Krimpenerwaardraad worden genomen. Deze Krimpenerwaardraad bestaat uit een afvaardiging van gekozen raadsleden uit de vijf gemeenten. Elke raadsfractie levert één lid. Daarbij geldt dat elk lid evenveel stemmen vertegenwoordigt als hij zetels heeft in de eigen gemeenteraad. De uitvoering van het beleid ligt bij het Dagelijks Bestuur, gevormd door twee leden van elk van de vijf colleges. De Krimpenerwaardraad is voor het eerst bijeengeweest op 29 januari 2007 en zal voortaan zo’n vier keer per jaar vergaderen.

Rekenkamer

De K5-gemeenten hebben gezamenlijk een rekenkamer met twee leden die onafhankelijk zijn van de plaatselijke politieke partijen. De rekenkamer doet onderzoek naar de uitvoering van beleid. Relevante vragen zijn:

  • Heeft het beleid tot de bedoelde effecten geleid?
  • Is het beleid met zo min mogelijk middelen uitgevoerd?
  • Is het beleid volgens de regels uitgevoerd?

Kijk hier voor de samenstelling en bijvoorbeeld onderzoeksdocumenten van de rekenkamer.

De gemeentelijke organisatie heeft haar eigen taken en verantwoordelijkheden voor het bereiken van haar doelen en de controle hierop. De rekenkamer moet gezien worden als het sluitstuk van de controlemiddelen. 

De rekenkamer heeft de volgende doelen voor ogen:

  • het versterken van de rol van de gemeenteraden;
  • het vergroten van de publieke verantwoording;
  • het verbeteren van het gemeentelijk handelen.

De rekenkamer kan deze doelen bereiken door onderzoek uit te voeren en hierover te rapporteren. De rekenkamer richt zich met de conclusies van de onderzoeken en de aan-bevelingen in de eerste plaats tot de gemeenteraden. Daarnaast worden de onderzoeks-resultaten onder de aandacht gebracht bij de burgers.

De rekenkamer bepaalt zelf de te onderzoeken onderwerpen en de methode van onderzoek. Een rekenkamer valt niet onder de raad, maar is onafhankelijk van de raad, het college en de K5-organisatie. De raad kan vragen een onderzoek uit te voeren naar een bepaald onderwerp. Een verzoek kan ook door een inwoner worden ingebracht. Bij een onderzoek door de rekenkamer worden op feiten gebaseerde conclusies getrokken en adviezen geformuleerd. Dit kan confronterend zijn voor de betrokkenen. Bij de rekenkamer gaat het echter niet om het afrekenen maar om het leren en verbeteren. Een voordeel van een gezamenlijke rekenkamer is dat de gemeenten van elkaar kunnen leren. Een onderzoeksrapport met een overzicht van de gegevens van de betrokken gemeenten kan leiden tot nieuwe inzichten.

Links en Downloads